Noordereiland

Zuidereiland

Informatie

Links

Contact

Home

 

Website Nieuwzeelandonline

HaKo Fotografie

Alaska-info.nl

Land-info.nl

IJsland-info.nl

 

Ook uw banner hier?

 

 
 

GESCHIEDENIS


Nadat de ontdekkingsreizigers het land hadden ontdekt werden ze al snel gevolgd door robben-en walvisjagers, handelaren en avonturiers. De robbenjagers kwamen vanaf 1790 aan land en hadden binnen 30 jaar de robbenpopulatie gedecimeerd. Hierdoor was de handel niet meer rendabel en vertrokken de meeste weer of men zocht ander werk. Vanaf 1800 kwamen de walvisjagers aan land bij de Bay of Islands. Hier werd toen bij Kororareka, het latere Russell, de eerste Europese nederzetting gebouwd. In deze periode werden er voornamelijk op het Zuidereiland walvisvaartstations gebouwd.

Ook de handelaars kwamen aan het eind van de 18de eeuw in Nieuw-Zeeland aan. Er was in Europa vraag naar vlas, dat door de Maori werd gemaakt, hout, zeehondenvellen en walvisolie. De Maori waren geïnteresseerd in spijkers, dekens, bijlen en natuurlijk musketten. De handel in hout was een langer leven beschoren dan de meeste andere handel. Gedurende meer dan een eeuw brachten de bossen grote hoeveelheden hout voort. Dit hout werd gebruikt voor het bouwen van schepen en huizen.

De invloed van de Europeanen op de traditionele manier van leven van de Maori was enorm. Ze werden blootgesteld aan dodelijke ziekten en men verkocht hen geweren. Tussen 1820 en 1830 kwamen bij gevechten tussen de stammen 60.000 Maori om. Hierdoor veranderden het politieke aanzien van Maori-Nieuw-Zeeland doordat stammen grensgebieden binnenvielen en soms blijvend bezet hielden.

Ook het christendom bracht grote veranderingen. Er zijn nooit veel missionarissen geweest in Nieuw-Zeeland, maar hun invloed was groot. Ze bekeerde Maori, maar beschermde ze ook tegen al te brutale kolonisten. De eerste missiepost werd in 1814 opgericht in de Bay of islands. De bekering kwam langzaam op gang maar tegen 1840 hadden ze al een stevige basis van 115.000 bekeerde Maori. De missionarissen ontmoedigden het hebben van meerdere partners en het kannibalisme. Hierdoor vernietigden ze veel waardevolle elementen uit de traditionele Maori-cultuur.

Doordat de kolonisten zich steeds meer misdroegen, ontstond er behoefte aan orde en gezag. In 1833 stuurde men James Busby om de orde te gaan handhaven. Ook moest hij de handel gaan bevorderen met de Maori en onderhandelen over de landaankopen. Maar het werd hem allemaal te veel, de problemen groeide en de meningverschillen met de Maori werden groter. In 1837 stuurde Engeland een andere gezant, kapitein William Hobson, naar Nieuw-Zeeland. Hij slaagde erin met de Maori tot een verdrag te komen dat uiteindelijk het fundament werd van de staat Nieuw-Zeeland. In het Verdrag van Waitangi werd de soevereiniteit van de Britse staat vastgelegd. Zij verplichtten de Maori hun land uitsluitend aan Queen Victoria of haar vertegenwoordigers  

te verkopen. Hiervoor ontvingen ze in ruil bescherming, alle rechten en privileges van Britse onderdanen, en zeggenschap over hun grondgebied. 

Er ontstonden al gauw misverstanden, omdat er twee versies bestonden, één in het Engels en één in het Maori. In het Maori hebben ze o.a.  geen woord voor 'soevereiniteit' en daarom werd er hierover in de Maori-versie niks over gezegd. De documenten bevatten meerdere fouten en tot op de dag van vandaag duren de meningsverschillen over het verdrag voort. Al gauw na het tekenen van het verdrag leidden de zwakke plekken in de tekst en de 

gebrekkige naleving ervan tot

onenigheid over landbezit. In 1843 braken de eerste gevechten uit. Maar in 1860 brak de oorlog uit tussen de Maori en de Britse troepen. Rond 1865, toen de vijandelijkheden op zijn ergst waren, streden er meer dan 20.000 Britse soldaten tegen ongeveer 5000 Maori-krijgers. In 1868 wonnen twee Maori-leiders in het westen en het oosten een reeks belangrijke veldslagen, maar door onderlinge ruzies verloren ze veel steun van het merendeel van de Maori-bevolking. 

Tegen 1869 eindigden de Landenoorlogen omdat het verzet van de Maori afnam. 

De landverkopingen namen weer toe, veelal onder dwang. De oorlogen leidden tot in beslagnamen van 12.000 km² land door de regering. Een deel ervan ging naar de kolonisten en 'bevriende' Maori-stammen. 

De goudkoorts in het midden van de 19de eeuw lokten nog meer emigranten en avonturiers naar Nieuw-Zeeland. Er werd veel goud gedolven op het Zuidereiland maar deze was rond 1880 weer voorbij.

Rond deze tijd ging het een tijdje slecht met de economie van het land, de wolprijs was laag, de werkeloosheid steeg, de arbeidsomstandigheden in de fabrieken waren afschuwelijk en kinderarbeid kwam veelvuldig voor.

Eind 19de eeuw kwam daar gelukkig verandering in, er was een periode van economische groei. Er werden spoorlijnen aangelegd, telegraafkabels geïnstalleerd en emigranten werden financieel gesteund. 

Met de Maori-bevolking ging het steeds slechter. Het grootste deel van hun land was verkocht of 'geconfisqueerd'. Ze leden veel ontberingen en velen stierven aan door emigranten meegenomen ziekten.

Gedurende de eerste helft van de 20ste eeuw ontwikkelde Nieuw-Zeeland een nationale identiteit en verwierf het een eigen plek in de wereld. De eerste stap kwam tijdens de Boerenoorlog (1899-1902), toen het land samen met Engelse, Australische en Canadese troepen vochten in Zuid-Afrika.

Toen de bevolking in 1907 de 1-miljoengrens bereikte, veranderde de status van het land van een kolonie van Groot-Brittannië in het Dominion of New Zealand. Een belangrijke stap op weg naar onafhankelijkheid.

De tweede stap naar naar nationale identiteit werd gezet tijdens de WWI toen zo'n 110.000 soldaten toetraden tot het ANZAC, het Australia-New Zealand Army Corps. Voor een klein land heeft Nieuw-Zeeland enorme verliezen geleden gedurende de oorlog. Van in totaal 110.000 soldaten stierven er 16.697 en raakten er 41.262 gewond. Tijdens de slag bij het schiereiland Gallipoli in het zuiden van Turkije op 25 april 1915 kwamen de meeste soldaten om het leven, 2700 doden

en 4700 gewonden. Op deze dag worden de soldaten nog steeds herdacht.

De periode tussen beide wereldoorlogen was er een van voor- en tegenspoed voor Nieuw-Zeeland. De economie wankelde en de depressie in de jaren dertig miste

zijn uitwerking niet. De eerste Labour-regering, in 1935 gekozen, werkte zich weer uit de crisis. Ze beloofde te zorgen voor huizen, scholen en ziekenhuizen. Toen de wereldeconomie weer aantrok, werden er grotere openbare werken gestart zoals de bouw van waterkrachtcentrales. Het land kreeg veel bijval als sociale werkplaats van de wereld, met zijn inkomens- afhankelijke gezondheidsprogramma en uitgebreide pensioensbeleid.

In 1939 raakte het land, voor de tweede keer binnen een eeuw, verwikkeld in een wereldoorlog. Nieuw-Zeelandse soldaten, waaronder ook zo'n 17.000 Maori, vochten op Kreta, in het Midden-Oosten en Italië.

Tegen het einde van de oorlog werden de troepen steeds meer ingezet in de Grote Oceaan en werden er banden gesmeed met de VS. Hierdoor werden de militaire banden in 1951 tussen de VS, Australië en Nieuw-Zeeland vastgelegd door het ondertekenen van het militaire verbond ANZUS. Tijdens de WWII kwamen van de 200.000 soldaten er 11.600 om en raakten er 15.700 gewond.

 

Na de WWII ging het Nieuw-Zeeland economisch voor de wind. Vlees, wol en boter brachten veel geld op en de levensstandaard van het land was een van de hoogste ter wereld. 

In de jaren vijftig gebeurde er niet zo veel. De jaren zestig waren een periode van protesten en verbetering.

Zo werd er geprotesteerd tegen deelnamen aan de oorlog in Vietnam, en tegen een plan om het waterpeil van Lake Manapouri te verhogen om stroom op te kunnen wekken voor de smeltovens in Bluff. Het lukte de nationalistische Labourregering om de troepen terug te halen uit Vietnam. Ook zond deze regering een fregat naar Frans Polynesië om te protesteren tegen atoomproeven die werden gehouden.

In de jaren zeventig kwam het land in een ressesie. De olieprijzen stegen sterk en dit had een verwoestend effect op de economie. Werkeloosheid, misdaad, slechte behuizing en andere sociale problemen staken de kop op. De samenleving wilde veranderingen, wat leidde tot de opkomst van bewegingen voor rechten van vrouwen, homo's en Maori. In 1975 leidde dame Whina Cooper de Maori Land March van Northland naar de hoofdstad Wellington. Zij vroeg aandacht voor de onrechtvaardige manier waarop het land van hun voorouders was afgenomen. De mars had tot gevolg dat de regering het Waitangi Tribunal oprichtte. Hierdoor kregen Maori veel grond terug, ontvingen ze geld en excuses en o.a aandelen in een groot visserijbedrijf. De Maori-cultuur werd steeds vaker als belangrijk onderdeel gezien van de Nieuw-Zeelandse indentiteit.

De jongste premier van het land, David Lange, voerde vanaf 1984 ingrijpende economische hervormingen door om het land weer op de been te krijgen. Deze hervormingen veroorzaakten veel faillissementen en deden het land in een neergaande spiraal belanden.   

De nationale regering die in 1990 aan de macht kwam zette de economische hervormingen voort, maar in een langzamer tempo. Er werd een nieuw kiessysteem gekozen en sinds 1997 is er een vrouwelijke premier in Nieuw-Zeeland. De moderne maatschappij in het land is sterk veranderd. Er komen steeds meer Aziatische emigranten en Auckland is de grootste Polynesische stad ter wereld. Dankzij deze grote verscheidenheid aan culturen krijgt Nieuw-Zeeland steeds meer een onafhankelijke identiteit als een Pacifische staat binnen de internationale gemeenschap.