|
|
|
|
|
DE MAORI |
 |
|
Maori
Mythology, in the beginning.
In het
begin was daar Te Kore - duisternis, en na negen
duisternissen kwam Te Ata - de dageraad. En vanuit de
baarmoeder van de duisternis kwamen daar Ranginui -
vader lucht en Papatuanuku - moeder aarde. Zij trouwden
en kregen veel kinderen. De zes belangrijkste kinderen
van hun waren Tawhiri-matea, de god van wind en stormen;
Tangaroa, god van de oceaan; Tane-mahuta, god van het
bos; Haumia-tike-tike, god van het wilde voedsel zoals
varenwortels en bessen; Rongo-matane, god van de vrede
en gecultiveerd eten zoals de kumara (zoete aardappel)
en Tu-matauenga, god van de mensheid en oorlog. |
|
Na
miljoenen jaren van leven in duisternis, omdat hun
ouders aan elkaar vast zaten en er geen licht tussen hun
in zat, konden de kinderen er niet langer tegen; ze
wilde licht. Ze spraken er over wat te doen. Ze besloten
hun ouders van elkaar te scheiden zodat er licht kon
komen. Eén voor één probeerde ze het, maar niemand
slaagde daarin. De laatste, Tane-mahuta, zetten zijn
schouders op de grond en zijn voeten in de lucht en
duwde en duwde. Het lukte, licht spreidde zich uit over
de wereld.
Maar
alle goden waren mannelijk, en om vader aarde bewoonbaar
te maken moesten zijn zoons zich voortplanten. Hij
maakte een vrouw uit aarde en gaf haar het leven. De uit
aarde gevormde maagd Hine-ahuone had een dochter
Hine-titama, de maagd van de dageraad, en Tane plante
zich met haar voort en zorgde zo voor de geboorte van de
mensheid.
En
toen kwam Aotearoa.
Lang
nadat de aarde was ontstaan, - nadat Tane-mahuta
een dochter
kreeg, die ook zijn vrouw werd en ook weer andere |
 |
|
dochters gaf, - ging de halfgod Maui vissen met zijn
vijf broers. Ze gingen verder en verder
de grote zee op. Toen ze ver genoeg
waren
pakte Maui zijn magische haak (de kaak van zijn
grootmoeder), maakte het vast aan een stevig touw, en
liet het over de rand van de kano zakken. Al snel
had hij een zeer grote vis, die behoorlijk
tegenstribbelden, aan de haak en haalde hem naar boven.
Hij sprong in het water en sloeg de vis met zijn van
greenstone gemaakte knuppel. Deze vis werd het
Noordereiland van Nieuw-Zeeland, genaamd Te Ika a Maui
(De Vis van Maui).
De
haven van Wellington is de mond van de vis, Taranaki en
de oost-kust zijn de twee vinnen, Lake Taupo is het hart
en de Northland Peninsula is de staart. Mahia Peninsula
in Hawke Bay is Te Matua a Maui (de Haak van Maui)- de
haak waarmee hij de grote vis ving. Maui's knuppel had
ook de bergen en valleiën gevormd toen hij op de vis
insloeg.
Het
Zuidereiland was bekend als Te Waka o Maui (De Kano van
Maui), de kano waar hij in zat toen hij de grote vis
ving. Kaikoura Peninsula was de plek waar hij steun
zocht met zijn voet toen hij de vis omhoog haalde. Het
heette Te Taumanu o te Waka o Maui (de Roeiersbank van
Maui's kano).
Stewart Island, ten zuiden
van het Zuidereiland, stond bekend als Te Punga a Maui
(het anker van Maui) - het stenen anker dat de kano
tegenhield toen Maui de vis omhoog haalde. |
|
De
komst van de Polynesiërs
Nieuw-Zeeland
was een van de laatste landen die door de mensen in
gebruik werden genomen.
De
Polynesiërs ontvluchtten hun overvolle geboorteland en
ontdekten dan bij toeval nieuwe landen op hun lange
zeereizen. Volgens de legende was het Kupe, de
Polynesische ontdekkingsreiziger, die in 950
Nieuw-Zeeland ontdekte.
Vanuit
'Hawaiki', de voorvaderlijke geboortegrond, verkende hij
de kust en zeilde landinwaarts over de Wanganui River.
Vervolgens keerde hij terug naar Hawaiki met informatie
over dit land te bereiken was. Zijn vrouw noemde het
Aotearoa of 'Land van de langgerekte witte wolk'. |
 |
| Na Kupe kwamen de
migratiestromen in de 14de eeuw op gang. Volgens zeggen
was er een vloot van 12 kano's vertrokken vanuit een
overbevolkt Hawaiki. Het bestaan
is nooit echt bewezen, maar de namen van de kano's en
opvarende, en waar ze zijn geland, is nog steeds een
belangrijk onderdeel van de levenslijn en geschiedenis
van de Maori. De reizigers op de kano's namen planten
mee, maar ook ratten en honden. De varkens en pluimvee
waren onderweg opgegeten.
De
mensen moesten erg wennen aan het klimaat op Aotearoa,
het was totaal anders dan dat op de tropische eilanden
waar ze vandaan kwamen. Ze hadden papiermoerbei
meegenomen, dit is een kleine boom waarvan ze van het
schors kleding maakten. Helaas groeide deze alleen in
het noorden zodat ze genoodzaakt waren iets anders te
gebruiken. Er werden toen draden gemaakt van vlas,
waarvan weer kleren, touw en manden werden gemaakt. Ook
maakten ze hier regenmantels van die ze weer versierden
met veren of vellen.
Er
was voedsel in overvloed: vis, schaaldieren, zeehonden
en vogels. De moa, een grote loopvogel die je kan
vergelijken met een struisvogel, stond op de menulijst
van de Maori. Ze bejaagden de moa's sterk, wat de
achteruitgang van de moa populaties veroorzaakte. Moa's
waren net zoals andere grote langzaam voortplantende
vogels kwetsbaar voor menselijke jacht.
Ook
hadden ze de zoet aardappel, de kumara, meegenomen. Het
nadeel was dat die niet vorstbestendig was en daarom
moeilijk kon aarden in het klimaat van Nieuw-Zeeland.
Gelukkig ontdekte ze dat de kumaraknollen in de herfst konden worden uitgegraven om vervolgens te kuilen om te
overwinteren en in de lente weer gepoot te worden. Toen
konden ze deze aardappel op grote schaal verbouwen.
Er
groeide grote bomen, kauri's, waarvan ze enorme kano's
maakten die ze versierden met houtsnijwerken. Vishaken,
sierraden en speerpunten maakten ze van been; hakmessen
en bijlen van steen en vuistbijlen en andere werktuigen
van vulkanisch gesteente.
Door al deze kennis
ontwikkelden ze zich met een uitgebreide sociale
structuur en een wijdvertakte handelsnetwerk. |
|
De
Maori-cultuur heeft
zich ontwikkeld van de cultuur van de eerste moa-jagers
tot het verfijnde sociale systeem van de 'klasieke'
Maori-periode. Ze hechten sterk aan familiebanden en men
kende en kent nog altijd een strenge hiërarchie. De
stamhoofden waren het hoogst in rang, daarna volgden de
priesters, dan de burgers en tot slot de slaven.
Gezinnen en sub-stammen maakten deel uit van een grotere
stam.
Deze vaste sociale structuur bepaalde wie met wie |
|
|
mocht
trouwen, waar men mocht gaan wonen en welke stammen
oorlog voerden. Ook de stamboom van hun voorouders
(whakapapa) had grote invloed op de relaties met andere
stammen en ze gaf belangrijke informatie door over de
natuur. De goden werden vereerd en concepten als
heiligheid, spirituele autoriteit en toverkunst, die het
gedrag bepaalde, stonden hoog aangeschreven. Legende
vormden daarom een belangrijk onderdeel van het erfgoed
van de Maori.
Veel
van de huidige plaatsnamen zijn ontleend aan de
gebeurtenissen uit deze verhalen.
Conclusie,
de stam neemt voor veel Maori's nog altijd een
belangrijke plaats in. |
|
Deze stammen voerden
regelmatig oorlog met elkaar, meestal over grondbezit of
eten, maar ook om beledigingen
te wreken en een vergoeding af te dwingen.
Er
werd meestal alleen gevochten als de kumara-oogst er
niet door in gevaar kwam. De verliezers werden slaven of
werden opgegeten. |
|
Dorpsleven.
De dorpen waren soms niet groter dan een handjevol
inwoners, maar er waren er ook die tot meer dan 500
huishoudens waren uitgegroeid. De meeste families woonde
hier in hutjes.
Voor
veel Maori was (en is nog steeds) de marae of
ontmoetinghuis het middelpunt van de gemeenschap. Ze
vonden het net zo belangrijk als hun eigen huis. De
marae is een stuk land waar een Wharenui of ontmoetingshuis
op staat. De ruimte voor de Wharenui werd gebruikt voor ceremonies of toespraken. In het
gebouw zelf werden vergaderingen gehouden en vonden er
verschillende culturele activiteiten plaats. Het gebouw
is versierd met houtsnijwerken van hun voorouders.
In
het dorp vond je kuilen en graanschuren voor de opslag
van voedsel, maar ook grotere huizen voor de stamhoofden
en priesters. Er waren zelfs ook al scholen.
De dorpen werden meestal
gebouwd op een heuvel om het beter te kunnen verdedigen.
Deze versterkte dorpen waren voorzien van greppels,
wallen en palissaden, die bestand bleken te zijn tegen
de aanvallen van vijand. |
|
|
|
|
|